HOOFDSTUK 9 @BRK#Maddie had in de daaropvolgende dagen heel wat bij te praten. Als eerste wilde ze haar grootvader zien. Hij lag in een zonnige kamer op de vierde verdieping, waar hij bijna de hele dag zijn bed niet meer uit kwam. In de voorkamer overlegde ze even met de verpleegster van dienst, want ze wilde zeker weten dat hij wakker was en dat ze niet stoorde. Daarna klopte ze zachtjes op de deur en ging ze naar binnen. Ze schrok van hoe oud hij was geworden. Duncan was altijd een forse, vrolijke man geweest, en zijn aanwezigheid trok in elke ruimte waar hij binnenging alle aandacht. Nu was hij echter verschrompeld tot weinig meer dan vel en botten. Hij was niet meer dan een schim van zijn vroegere zelf. Zijn wangen waren ingevallen en zijn ogen lagen diep weggezonken in hun kassen. Zijn haar, waarvan Maddie zich herinnerde dat het zo’n beetje zandkleurig was, was nu spierwit. Gelukkig was de glimlach nog dezelfde. Hij was dolblij om haar te zien. Ze hadden altijd een goede band gehad. Voorzichtig ging ze op de rand van zijn bed zitten en zo voerden ze zeker een uur lang een gesprek. Hij vroeg haar van alles over haar training en over haar vorderingen in het korps Grijze Jager. Ze begreep dat haar grootvader het van harte eens was met haar besluit om na haar eerste jaar bij Will te blijven. ‘Op een dag zul jij dit land besturen,’ zei hij. ‘Wat je als Jager leert zal je daarbij beter van pas komen dan dat je handig bent met naald en draad of weet hoe je je als een dame hoort te gedragen. Je zult mannen moeten leiden, commando’s moeten uitdelen in de strijd en strategisch moeten denken. Dat leer je nergens beter dan in je opleiding tot Grijze Jager.’ Duncan had een heel hoge pet op van Will en Halt. Halt was natuurlijk een van de eerste Jagers geweest die hem, lang geleden, had gesteund in zijn strijd tegen Morgarath. En Will had een doorslaggevende rol gespeeld bij het verhinderen van Morgaraths laatste poging om de troon in te nemen. Het uur met haar opa vloog voorbij. Ze vertelde hem over haar avonturen met Will, over bandieten en struikrovers die ze te slim af waren geweest en gevangen hadden genomen, en over Hiberniaanse piraten die zich graag langs de westkust van het koninkrijk verborgen hielden als de wetshandhavers uit hun eigen land ze op de hielen zaten. Zij moesten af en toe op andere gedachten worden gebracht. Ze vertelde de verhalen zonder haar eigen rol erin op te kloppen en ze probeerde het vooral vrolijk te laten klinken – ze was blij dat de ogen van haar grootvader ervan sprankelden. Zijn donkere lach als ze weer eens een anekdote vertelde waarin ze zelf iets doms had gedaan, klonk haar als muziek in de oren. Uiteindelijk merkte ze dat hij moe begon te worden. Hij wist zijn gapen nog wel een paar keer te onderdrukken, maar ze begreep dat hij rust nodig had. Ze gaf hem een tedere kus op zijn voorhoofd en wilde weggaan. Maar toen ze bij de deur was riep hij haar en keerde ze terug. ‘Dank je wel voor je bezoek, Maddie. Kom vooral zo vaak als je wilt.’ ‘Dat zal ik doen, opa,’ beloofde ze. Meteen daarna vielen zijn ogen dicht en hoorde ze hem diep en regelmatig ademhalen. Terug in de koninklijke vertrekken vond ze een briefje van Gilan. Rijkleding. Stallen. Elf uur. Ze wierp een blik op de waterklok bij het raam en besefte dat ze nog maar tien minuten had om aan die opdracht te voldoen. Razendsnel schoot ze haar rijkleding aan – rijkleding voor prins Madelyn, niet voor Jager Maddie – en haastte zich de trappen af. Ze gooide de deur naar de binnenplaats open en holde over de kasseien van de binnenplaats naar de stallen. Gilan zat al op haar te wachten. Het was binnen te donker om heel veel te kunnen zien, maar tot haar verbazing zag ze wel dat hij zowel Zonnedanser als Bumper had opgezadeld – net als zijn eigen Jagerspaard Bles. Hij gebaarde dat ze op Zonnedanser moest klimmen en besteeg zelf soepel Bles. Bumper spitste zijn oren en begreep meteen dat hij met de anderen mee de stal uit moest. ‘Waar gaan we heen?’ vroeg Maddie. Gilan legde een vinger op zijn lippen. ‘Ik vertel het je wel als we buiten zijn,’ fluisterde hij. Ze liepen over de ophaalbrug, waarbij de hoeven van de drie paarden in hun eigen ritme klopten. Eenmaal het kasteel uit zwenkte Gilan naar het zuidwesten. ‘Ik dacht dat je hier misschien ook wel een keer op Bumper wilde rijden,’ zei hij. Ze knikte instemmend. ‘Absoluut.’ Toen ze eenmaal het bos hadden bereikt en uit het zicht van het kasteel waren wisselde ze van paard. Ze liet zich met een tevreden zucht in Bumpers zadel zakken. Ze had haar paard de afgelopen dagen gemist. ‘Mooi zo,’ sprak Gilan beslist. ‘We konden het natuurlijk niet gebruiken dat mensen zich gingen afvragen waarom jij op zo’n smoezelig uitziend paardje rondreed als je ook allerlei prachtige Arridianen ter beschikking stonden.’ Hij knikte even naar Zonnedanser. Hij deed zijn naam eer aan, want de vacht van het paard glinsterde in de late ochtendzon. Bumper snoof beledigd. Smoezelig uitziend paardje: ze durfden wel! Gilan draaide zich om en keek hem wantrouwend aan. Net als alle andere Jagers praatte hij vaak tegen zijn paard en geloofde hij dat zijn paard op zijn woorden reageerde. Maar daar praatte hij nooit met iemand anders over en die anderen deden dat net zomin. Toch vroeg hij zich weleens af of andere Jagers net zo’n contact met hun paard hadden als hij. Het leek er bij Maddie wel op, maar hij beet nog liever zijn tong af dan haar ernaar te vragen. Dat hoorde niet. ‘Nou?’ vroeg Maddie, nieuwsgierig naar wat hij te vertellen had. Ze had wel gemerkt dat hij was afgeleid, maar ze wist niet waardoor. Hij herstelde zich snel. ‘Dus heb ik geregeld dat Bumper, zolang jij in het kasteel bent, bij een echtpaar op een boerderij hier in de buurt in de schuur kan blijven. Je kunt daar dan op Zonnedanser naartoe, daar van paard wisselen en de omgeving verder op Bumper verkennen.’ Ze lachte breeduit. Dit was een heel fijne verrassing. Ze had zich al afgevraagd hoe ze tijdens haar verblijf in het kasteel contact met Bumper kon houden. Gilan had gelijk dat het vreemd zou worden gevonden als ze een uitstekende Arridiaan links zou laten liggen om erop uit te trekken met wat het meest op een harig trekpaard leek. ‘Wie zijn die mensen van de boerderij?’ vroeg ze. ‘Warry en zijn vrouw Louise,’ antwoordde Gilan. ‘Ze zijn wel wat meer dan een boerenechtpaar. Hij is een van mijn informanten. Hij houdt de omgeving voor mij in de gaten en waarschuwt zodra hij iets verdachts ziet. Een heel nuttige kracht. En zijn vrouw is ook een heel scherpe waarneemster.’ Hij zweeg even, maar voegde er even later aan toe: ‘Ze weten dat jij lid van het korps bent, maar dat zullen ze nooit aan iemand vertellen.’ ‘Interessant,’ zei ze. Ze had altijd al gedacht dat Gilan een netwerk van dit soort informanten had, maar dit was de eerste keer dat dat vermoeden werd bevestigd. Vijf minuten later bereikten ze de boerderij. Zodra ze het erf op reden kwamen Warry en Louise naar buiten om hen te verwelkomen. Mocht Maddie al enig beeld hebben gehad van hoe een geheim agent eruitzag, dan voldeed Warry daar absoluut niet aan. Hij was klein en gespierd, ergens achter in de dertig en de vrolijke, warme glimlach leek wel voor altijd op zijn gezicht te zijn verankerd. Boven die glimlach had hij pretoogjes en op een paar plukjes boven zijn oren en op zijn achterhoofd na was hij helemaal kaal. Hij zag er gezond uit en bewoog zich buitengewoon makkelijk. Zijn onderarmen, die uit de korte mouwen van zijn linnen hemd tevoorschijn kwamen, waren een en al spieren. Zijn vrouw was een paar centimeter langer dan hij. Ze was slank en een mooie, donkere verschijning. De vage glimlach op haar gezicht speelde vrijwel onafgebroken om haar mond. Met haar donkere ogen bekeek ze Maddie aandachtig. Het meisje vermoedde dat er heel wat voor nodig was om deze vrouw uit haar evenwicht te brengen. ‘Louise, Warry, dit is Maddie, de collega-Jager over wie ik jullie onlangs al vertelde,’ zei Gilan. Warry gebaarde dat Maddie van haar paard kon afstijgen. Het was onbeleefd om dat op andermans terrein ongevraagd te doen. Ze zwaaide haar been over haar zadel en stapte van Bumper af. Gilan deed hetzelfde bij Bles. ‘Welkom op onze boerderij, Maddie,’ zei Warry met een brede, vriendelijke lach. Hij stak een hand omhoog en aaide Bumper even over zijn neus. ‘Zo, dus jij bent Bumper?’ Bij het horen van zijn naam gooide Bumper zijn neus omhoog. Warry lachte en haalde uit een van zijn zakken een wortel tevoorschijn, die hij het paard van zijn vlakke hand af liet opeten. Bumper kauwde even op het hapje en richtte zijn blik op Maddie. Ik mag hem wel. En dat was voor Maddie voldoende. De snelste weg naar haar hart was via haar paard, en die route had Warry zonder omwegen ontdekt. Ze glimlachte naar hem. ‘U hebt een nieuwe vriend,’ zei ze. Warry knikte tevreden. ‘Wat een prachtig paard,’ zei hij. ‘Als het nodig is rent hij vast de hele dag door, hè?’ ‘En de nacht erna ook nog,’ vulde Maddie aan. ‘Ik zal hem ontzadelen en een mooi plekje in de schuur geven,’ zei Warry. ‘Lou heeft net verse koffie gezet. Nemen jullie maar, en maak het jezelf binnen gemakkelijk.’ ‘Het aanbod van koffie heb ik nog nooit afgeslagen,’ grijnsde Gilan. ‘Lou zet een heerlijk bakkie.’ Maddie maakte Zonnedanser vast aan een hekje vlak bij de voordeur van de boerderij. Bles hoefde natuurlijk niet te worden vastgebonden. Terwijl haar teugels losjes op de grond hingen zou zij rustig op Gilan blijven wachten. Ze gingen de boerderij binnen. Maddie knipperde een paar keer met haar ogen om na al die zon aan het plotselinge halfduister te wennen. Het was een boerderij zoals er veel meer waren. Op de begane grond bevonden zich ruimtes voor eten, koken en ontspanning, en een laddertje leidde naar de bovenverdieping, waarvan Maddie aannam dat het de slaapruimte was. De kamers waren eenvoudig, maar smaakvol ingericht. Aan weerszijden van de open haard stonden twee comfortabel uitziende houten stoelen, met dikke kussens om lekker zacht te kunnen zitten. Er stond verder een kleine eettafel met aan beide kanten ervan een houten bankje, waar bij elkaar vier mensen op pasten. Louise gebaarde dat ze daar konden gaan zitten. Zelf pakte ze de koffiepot die op de rand van de haard stond en schonk er twee koppen uit vol. Ze zette ze op tafel en schoof Maddie en Gilan een pot honing toe. ‘Volgens mij zijn alle Jagers zoetekauwen,’ zei ze glimlachend. Maddie lachte ook en schepte een flinke lepel honing in de dampende, geurige koffie. Ze nam voorzichtig een slokje en concludeerde dat Gilan gelijk had gehad. Louise zette heerlijke koffie. Enkele minuten later voegde Warry zich weer bij hen. Hij klopte Maddie even op haar arm. ‘Dat beestje van jou heeft het daar met een flinke bak haver en wat water prima naar zijn zin. Hij zag er net heel tevreden uit.’ ‘Je kunt zo vaak als je wilt bij hem op bezoek komen,’ voegde Louise eraan toe. ‘En als je wilt mag je hier dan ook logeren.’ ‘Bedankt,’ zei Maddie tegen allebei. ‘Fijn dat hij in zulke goede handen is.’ ‘O ja. Jazeker,’ zei Warry terwijl hij in zijn handen wreef. ‘We hebben hier graag Jagerspaarden op de boerderij.’ Hij nam een teug van de koffie die Louise voor hem had ingeschonken en zuchtte tevreden. ‘De lekkerste koffie is die van jou, vrouw,’ zei hij. Hij schoot in de lach. ‘En dat rijmt nog ook.’ ‘Ja, we hadden het in de gaten,’ zei Louise afgemeten. Maar ze glimlachte er liefdevol bij. ‘Maar vertel eens Warry,’ zei Gilan, ‘heb je nog interessante dingen gezien of gehoord?’ Warry dacht even over zijn antwoord na. Maddie zag dat de opgeruimde lach langzaam van zijn gezicht wegtrok. Hij nam dit serieus, begreep ze. ‘Ze zeggen dat er tegenwoordig weer vaak licht in de oude abdij brandt,’ zei hij. ‘Ik ben er al een paar keer wezen kijken, maar ik heb het zelf nog nooit gezien.’ ‘Zijn je bronnen betrouwbaar?’ vroeg Gilan. Warry schoof een beetje op zijn bankje heen en weer. ‘Tja, echt honderd procent betrouwbaar niet,’ antwoordde hij. ‘Maar ik heb er de afgelopen maand al van verschillende mensen over gehoord. Helemaal onzin zal het niet zijn, lijkt me.’ ‘Of misschien ook wel,’ zei Louise op enigszins spottende toon. ‘Mensen kunnen zich van alles wijsmaken. En dat er licht in een oude abdij schijnt, kan net zo goed door de inval van het maanlicht komen.’ Gilan wreef over zijn kin. ‘Dat zou kunnen,’ zei hij. ‘En wie weet hebben reizigers er even onderdak gezocht. Maar hou het toch maar in de gaten. Als je merkt dat er daar gekke dingen gebeuren terwijl ik weg ben, geef je het maar aan Maddie door.’ Hij wees met zijn duim naar het meisje. Maddie keek hem verbaasd aan. Hij zag haar blik en haalde zijn schouders op. ‘Je zit inmiddels in je vierde Jagerjaar. Ik heb alle vertrouwen in jouw oordeel en Will vertelde me dat je je in lastige situaties prima weet te redden. Ik was al een tijdje van plan om je te vragen hier tijdens mijn afwezigheid een oogje in het zeil te houden. En twee of drie keer per week een rondje door het gebied te maken.’ Hij wendde zijn blik weer naar Warry. ‘Als je iets verdachts ziet, ga dan vooral niet zelf op onderzoek uit. Ik wil niet dat je jezelf in gevaar brengt.’ Warry keek hem even heel ernstig aan, maar toen brak de lach weer door. ‘Je wil niet dat ik risico’s loop, maar dit tengere meisje moet wel op onderzoek uit?’ Gilan knikte bloedserieus. ‘Ja, zo is het. Dit “tengere meisje”, zoals jij haar omschrijft, kan met haar slinger zonder een seconde aarzeling een mug van je voorhoofd schieten.’ Warry bekeek het meisje ineens met heel andere ogen, net als Louise. Maddie voelde dat ze bloosde. ‘Ik denk dat Gilan nu wel een beetje overdrijft,’ zei ze. ‘Een wesp raken lukt me denk ik wel, maar muggen schieten krijgen we pas in het vijfde jaar.’ ‘Dat klinkt al een stuk geloofwaardiger,’ zei Louise met haar olijke glimlach. ‘Wie wil er meer koffie?’